Duivelshuis

Arnhem

M4

Duivelshuis

Het Duivelshuis is één van de belangrijkste monumenten van Arnhem. De oorsprong ligt in de 15e eeuw – hertog Karel van Gelre kocht het in 1518. Het staat ook bekend als het huis van Maarten van Rossum, eigenaar in de 16e eeuw. De Arnhemse burgemeesters hebben hier sinds 1830 hun werkkamer in het Duivelshuis.

Maarten van Rossem
Hertog Karel kocht het huis omdat het direct naast de Eusebiuskerk ligt, waaraan toen volop werd gebouwd. Nu de kerk belangrijker werd, groeide ook de status van het huis. En daar had de hertog een fijne neus voor. Nadat hertog Karel in 1538 overleed, nam zijn veldheer Maarten van Rossem het gebouw over. Maarten van Rossem was een uitstekend bevelhebber en strateeg, die veel heeft bijgedragen aan de roem van het hertogdom Gelre. Helaas voor Van Rossem gooide de vijand (Holland) een nieuw wapen in de strijd: de boekdrukkunst. Met pamfletten is Van Rossem afgeschilderd als een meedogenloos monster, en zo ook in de geschiedschrijving terecht gekomen.

Duivelshuis
Maarten van Rossem liet het huis verbouwen met een gevel volgens de nieuwste bouwmode. Deze stijl is veel later 'Renaissance' gaan heten. De gevel is een van de vroegste voorbeelden van deze stijl in Nederland. Ook liet Van Rossem het gebouw aankleden met tal van beelden. De saters aan de voorgevel werden door de Arnhemmers al snel aangezien voor duivels. Het is waarschijnlijk dat het huis ook zo aan zijn naam kwam.

Arnhem de genoeglijkste
Vier sluitstenen op de buitenmuur geven een aardig idee van de verhoudingen in het hertogdom Gelre in de 16e eeuw. De teksten slaan op de hoofdsteden van de vier Gelderse kwartieren:
Nijmegen de oudste,
Roermond de stoutste (=dapperste),
Zutphen de rijkste,
Arnhem de genoeglijkste.

Legenda