Sabelspoort

Arnhem

M7

Sabelspoort

Van de vier middeleeuwse Arnhemse hoofdstadspoorten is alleen de Sabelspoort bewaard gebleven. De Sabelspoort wordt in 1357 voor het eerst genoemd en heeft eeuwenlang de functie van verdedigingswerk gehad. De toren is ook ‘Geckentoren’ genoemd vanwege haar functie als bewaarplaats voor zwakzinnigen. De toren is nu onderdeel van het provinciehuis

Stadspoorten
Arnhem telde vier hoofd-stadspoorten, de  Rijnpoort, St. Janspoort, Velperpoort en Sabelspoort, alleen de Sabelspoort is bewaard gebleven. De naam Sabel  is geen verbastering van Eusebius/Sebius/Sabes/Sabels, maar is afgeleid van het oud-Hollandse savel: zand. De verklaring daarvan lag ofwel in het feit dat er vroeger door de poort zand de stad werd ingevoerd dan wel dat er bij de poort in de Rijn een bank lag met een soort grof rivierzand (‘savel’).

Gebruik poort
De onder de binnenpoort gelegen 'kaalkelder' werd vanaf 1454 gebruikt “om daer in misdadigers ende kwaeddoeners te sluiten.” In 1454 werd ook een tolhuis voor de Sabelspoort gebouwd. Later stond de toren, vanwege de functie als bewaarplaats voor krankzinnigen, ook wel bekend als 'Geckentoren’.  De poort diende jarenlang als tolhuis van de ’Groote Geldersche Tol’ voor handelaren en boeren die hun waar de stad in brachten.

Verwoestingen
Veel van de verdedigingswerken rondom de Sabelspoort werden gesloopt bij de stadsuitbreidingen in 1829 en 1853. Op de vrijgekomen grond werden woonhuizen en andere gebouwen neergezet. Zo raakte de Sabelspoort voor de Tweede Wereldoorlog aan noord- en zuidzijde geheel ingesloten door bebouwing. De oorlogsverwoestingen van de jaren 1944-1945 vaagde de bebouwing rondom de poort weg, maar de poort zelf bleef wonderlijk redelijk intact. In 1952-1953 werd de poort gerestaureerd en met een glazen brug op de eerste verdieping verbonden met het naastgelegen provinciehuis.

Legenda