Spookhuys

Hattem

M73

Spookhuys

Het Spookhuys is een deel van het verdwenen kasteel de Dikke Tinne. Dit kasteel stond ook bekend als het kleinste kasteel met de dikste muren van Nederland. Generaties van Hattemers hoorden ‘s nachts het gehuil van Kladdegat, de spookhond van Hattem die in de kelders van het Spookhuys aan de ketting lag.

Dikke Tinne
In 1401 maakte de Gelderse hertog Willem van Gulik een reis door Frankrijk om inspiratie op te doen voor zijn nieuw te bouwen huis in Hattem. Het nieuwe kasteel lag strategisch op de grens van Gelre met het Oversticht (Overijssel) dat in handen was van de vijandelijke bisschop van Utrecht. Willem nam geen halve maatregelen. Hij bouwde een imposante burcht waarin 389.000 bakstenen waren verwerkt. De twee hoofdtorens hadden muren van zeven meter dik, de dikste muren die Nederland ooit heeft gekend. Het kasteel heette officieel St. Lucia, maar kreeg al snel de naam ‘Dikke Tinne’. 

De kooi
Meer dan een eeuw later, in 1511, viel Karel van Gelre in zijn strijd met keizer Maximiliaan de stad Amsterdam aan. Jan van Wassenaar, de legeraanvoerder van Maximiliaan, werd daarbij gevangen genomen, opgesloten in een grote ijzeren kooi en opgetakeld in een van de torens. Ontsnappen was onmogelijk. Het duurde twee jaar voor zijn familie het losgeld van 20.000 gulden wist op te hoesten. Het gebruik van de kooi beviel blijkbaar, want nadien hebben er nog diverse andere gevangenen hier hun tijd moeten slijten.

Spookhuys
Tot 1778 domineerde de Dikke Tinne het stadsbeeld van Hattem. Het moet een robuuste, maar ook angstaanjagende burcht zijn geweest. Mogelijk dat het gejammer van de gevangen tot in de verre omtrek mensen schrik aanjoeg. Misschien heeft dat geleid tot de legende van de spookhond Kladdegat. Hoe dan ook: in 1778 werd het kasteel afgebroken. Alleen een stuk van de voorburcht, het reeds genoemde Spookhuys, bleef bewaard. De opgegraven resten van de grote torens zijn in de contouren van het Tinneplein weer zichtbaar gemaakt.

Legenda