Romeinse brug

Cuijk is bij geschiedenisliefhebbers vooral bekend vanwege de spectaculaire vondst die daar in de Maas is opgegraven: een brug uit de laat‐Romeinse tijd, de 4e eeuw. De brug lijkt sterk op de Romeinse brug in Trier en maakte deel uit van de ´snelweg´ van Tongeren naar Maastricht.

Vissers
In de 18e eeuw klaagden vissers dat hun netten bleven hangen aan voorwerpen op de bodem van de Maas. Het bleek om een Romeinse brug te gaan. Pas in 1989 lukte het amateurduikers enkele resten van de brug te bergen. Na de ontdekking van de brug startte een grootscheepse opgraving. Een scan met sonorapparatuur bracht de locatie van de brugpijlers in kaart, waarna werd gedoken naar bouwmateriaal. Er werden in totaal 105 palen en 66 stenen uit de Maas gehaald. Op basis van de opgegraven materialen werd een digitale reconstructie van de brug gemaakt. Die bleek sterk te lijken op de Romeinse brug in Trier, die deels nog bestaat. De stenen brugpijlers waren gevat in enorme bekistingen van houten balken die werden gefundeerd door honderden eiken heipalen met ijzeren punten. De brug was een onderdeel van de belangrijke Romeinse 'snelweg' van Tongeren naar Maastricht.

Cuijk in de Romeinse tijd
Op de Peutingerkaart, de beroemde reiskaart uit de Romeinse tijd, staat Cuijk vermeld als Ceuclum. Cuijk ontwikkelde zich tot een 'vicus', een handelsnederzetting met allerlei voorzieningen zoals huizen met stenen kelders en een tempel. In de laat‐Romeinse tijd werd Cuijk omgebouwd tot een fort of 'castellum'. Het fort maakte deel uit van een nieuwe verdedigingsstrategie van de Romeinen, die het zwaartepunt van hun verdediging meer landinwaarts inrichtten. Het castellum moest ook de brug beschermen. De oversteek over de Maas lag in eerste instantie ten noorden van Cuijk, bij Katwijk. De oversteek was waarschijnlijk een doorwaadbare plaats. Aan de Maaskade zijn talloze vondsten gedaan uit de laat‐Romeinse tijd, waaronder opvallend veel leren voorwerpen zoals sandalen.

Legenda