Romeinse stad Noviomagus

Na de verwoesting van Oppidum Batavorum, gebouwd op en rond het Valkhof, bouwden de Romeinen anderhalve kilometer naar het westen een nieuwe nederzetting: Noviomagus, wat 'Nieuwmarkt' betekent.

De nieuwe stad
In het huidige Nijmegen - Oost bevond zich een Romeins legerkamp dat bestond uit duizenden soldaten en officieren. Zij trokken veel bedrijvigheid aan. In de buurt van het legerkamp ontstond dan ook een nederzetting. Keizer Marcus Ulpius Traianus schonk de stad het gebruik van zijn familienaam waardoor het 'Ulpia Noviomagus' ging heten. De stad ontwikkelde zich snel tot een bloeiend centrum van handel en nijverheid met vier‐ à vijfduizend Romeins‐Bataafse inwoners.

Tempels voor de goden
Met hulp van de Romeinse soldaten bouwde men twee stenen tempels: een voor Fortuna, de godin van de voorspoed, en een voor Mercurius, de god van de handel. Handelaren brachten de goden offers voordat zij op handelsreis gingen of om hen te bedanken voor een winstgevende deal.

Romeinse hotspot
De Romeinen bouwden een badhuis op de plaats waar nu de Honig‐fabriek staat. Het was van alle luxe voorzien: vloerverwarming en verschillende baden met warm, lauw en koud water. Hier kwam de bevolking om zich te wassen, te sporten en te ontspannen. Daarnaast was het een plek om een praatje te maken en gezien te worden: een sociale hotspot in Romeins Nijmegen!

Rampspoed
Aan het einde van de tweede eeuw werd Noviomagus door rampspoed getroffen. Grote delen van de stad gingen in vlammen op, waaronder de tempels. Noviomagus is nooit helemaal van deze schok hersteld. Rond 260 na Christus maakten Germaanse stammen de regio onveilig; het grootste gedeelte van de bevolking sloeg op de vlucht.

Legenda