Leven langs de Linie

De Nieuwe Hollandse Waterlinie stamt uit de 19e eeuw en loopt dwars door het land, van het IJsselmeer tot aan de Biesbosch. De linie had als doel om de grote steden van Holland te beschermen tegen mogelijke invallen vanuit het oosten. Veel forten liggen er nog altijd. Sommige worden nu op een verrassende manier hergebruikt.

Hollandse Waterlinie
Vanaf de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) gaan Nederlanders experimenten met het inzetten van water voor de verdediging. Buitenlandse troepen vinden het verschrikkelijk, al dat water. Aan het eind van de 17e eeuw wordt de linie gesloten en krijgt de naam Hollandse Waterlinie. Maar tijdens de Franse tijd (1796-1812) blijkt de oude Hollandse Waterlinie niet helemaal goed te functioneren. Daarop besluit de regering om de waterlinie fors aan te passen en uit te breiden: de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Werking
De linie is een ingewikkeld stelsel van dijken, dammen, forten, batterijen en bruggen. Als een vijand ons land dreigt aan te vallen, worden sluizen opengezet zodat het water uit de grote rivieren en het Flevomeer (IJsselmeer) de linie in kan lopen. Zo ontstaat een kilometers brede, natte barrière. Je moet wel wat geduld hebben: afhankelijk van de waterstand kan dat ‘vollopen’ wel drie weken duren. Op strategische punten, zoals bij wegen en (spoor)bruggen, worden forten gebouwd. In de loop van de 19e eeuw zijn er voortdurend aanpassingen nodig, met name om de forten te beschermen tegen de steeds krachtigere kanonnen.

Gelderland
In de 20e eeuw wordt de linie, zonder ooit gebruikt te zijn, buiten werking gesteld. De forten zijn echter te massief om te slopen en ze liggen eigenlijk ook niemand in de weg. De meeste bestaan daarom nog steeds. Veel ervan krijgen een andere functie, zoals Fort Nieuwe Steeg dat is omgetoverd tot Geofort. In Fort Vuren kan men overnachten en Fort Asperen biedt onderdak aan kunst.

Introductie

Legenda