Diefdijk

De Diefdijk is een middeleeuwse dijk die in de 19e eeuw is ingepast in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hiermee kon het meest westelijke deel van de Betuwe onder water worden gezet, om de Hollandse steden te beschermen tegen een mogelijke vijandelijke inval. Inmiddels is de waterlinie buiten gebruik gesteld en krijgen sommige fortificaties een nieuw leven.

Binnendijk
De Diefdijk stamt al uit 1277 en is aangelegd als binnendijk. Hij loopt van de Lek bij Geldermalsen tot aan de Waal bij Gorinchem en is zo’n 23 km lang. Bij wateroverlast in de Betuwe moest de dijk het achterliggende gebied beschermen. De dijk splijt dit deel van het Rivierengebied dus als het ware in tweeën. Vanouds vormde de Diefdijk ook de grens tussen de gewesten Gelre en Holland, en nu dus tussen Gelderland en Zuid-Holland.

Waterlinie
In de 19e eeuw werd de Diefdijk opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die zich uitstrekte van het IJsselmeer bij Muiden tot aan de Biesbosch. In tijden van oorlogsdreiging zou ten oosten van de dijk een strook land van enkele kilometers breed onder water worden gezet. Op strategische plekken werden versterkingen gebouwd, zoals Fort Asperen en Fort Vuren. Waar de linie werd doorbroken door rivieren, spoorwegen en later ook snelwegen moesten extra versterkingen worden aangelegd, zoals bij Culemborg en Acquoy.

Ontsluiting
Na WOII is de Hollandse Waterlinie opgeheven, maar de Diefdijk wordt nog altijd gebruikt als binnendijk. In verschillende fasen wordt gewerkt aan verbetering van de Diefdijk: het veiliger en steviger maken van de dijk zelf in combinatie met behoud en ontsluiting van de vele relicten van de Waterlinie. Natuur, kunst, landschap, geschiedenis en toerisme gaan hand in hand, met de Diefdijk als verbindend element.

Legenda