De Kleefse enclaves

De bewogen geschiedenis van de Liemers is bij weinig mensen bekend. Eeuwenlang hoorden delen van de Liemers niet bij ons land, maar hebben Pruisische en Franse machthebbers er stuivertje gewisseld. Sinds 1816 is De Liemers definitief deel van Nederland. Daarmee kwam een einde aan een lange strijd om de macht over de ‘Kleefse enclaves’.

Vreemd gezag
In 1355 zat graaf Reinoud III van Gelre in geldnood. Hij verpandde Ambt Liemers en Emmerik aan zijn collega in Kleef, maar vroeg die later nooit terug. Lange tijd vielen enkele dorpen in de Betuwe, de Ooij en de Liemers (Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo) onder Kleefs gezag. Daarna schoof men ze eeuwenlang als pionnen over het schaakbord, van Kleef, naar Pruisen, naar Frankrijk of Nederland en weer terug. Begin 19e eeuw volgden de machtswisselingen elkaar zo snel op dat de Zevenaarse burgemeester Bötterich in de loop van zijn 18-jarig ambt onder drie vlaggen opereerde. Pas in 1816 kwamen de enclaves definitief bij Nederland.

Armoede
Het buitenlandse gezag viel de bewoners van de enclaves zwaar. De bezetters zagen het gebied als wingewest en zogen het leeg zoveel ze konden. Ze eisten brood, graan en meel op en lieten de bewoners voor zich werken. Veel mensen leefden in armoe. Tel daarbij de overstromingen op die het waterrijke gebied vaak troffen, dan is begrijpelijk waarom er een vluchtelingenstroom op gang kwam. Velen zochten hun heil in de Republiek der Nederlanden.

Aansluiting
Nadat Napoleon was verslagen, tekende het Congres van Wenen (1814–1816) de Europese landkaart opnieuw in. Nederland en België werden samengevoegd, naar zou blijken voor korte tijd. Maar dat toen ook de Kleefse enclaves weer bij Nederland kwamen, wordt in de geschiedenisboeken zelden vermeld. Inmiddels is het 200-jarig bestaan van ons koninkrijk gevierd, twee jaar later herdenkt de Liemers zijn aansluiting bij Nederland. Een goede aanleiding om de turbulente geschiedenis van de Kleefse enclaves opnieuw te belichten.

Legenda