Prehistorie

In Nederland zijn ongeveer 3000 grafheuvels bekend. Daarvan liggen de meeste in Gelderland, met name op de Veluwe. Grafheuvels spreken erg tot de verbeelding: het zijn de eerste tastbare overblijfselen van onze verre voorvaderen. Latere bewoners hadden geen idee waar de heuvels vandaan kwamen en verzonnen allerlei spannende verhalen.

IJstijd
Het landschap van Gelderland is voor een belangrijk deel gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden. Landijs vanuit het noorden zorgt voor het ontstaan van enorme stuwwallen. De Veluwe is zelfs de grootste stuwwal van Europa. In de ijstijd ontstaan niet alleen heuvels, maar ook mysterieuze gaten in het landschap, zoals het Uddelermeer en het Solse Gat bij Drie. Een dankbare bron voor geheimzinnige sagen en legenden.

Jagers op de Veluwe
Vlak na de laatste ijstijd, 12.000 jaar geleden, trekken groepen jagers over de Veluwe, zoals bij de Houtbeek in Stroe. Rond 3000 voor Chr. vindt voor deze streek één van de belangrijkste revoluties plaats uit de geschiedenis van de mensheid: de overgang van jagers/verzamelaars naar boeren. Mensen hoeven niet meer rond te trekken om aan eten te komen en gaan permanent wonen op de Veluwe. Waarschijnlijk geloven ze ook in een leven na de dood, want de doden worden met grote toewijding begraven. Daarboven worden grote heuvels opgeworpen.

Grafheuvels
In totaal verrijzen er duizenden van dit soort grafheuvels, waarvan er nog altijd enkele honderden zichtbaar zijn in het landschap. Bijzondere grafheuvels vinden we bij Garderen, bij Stroe en Schovenhorst. Soms liggen ze op het terrein van landgoederen zoals Warnsborn en Lichtenbeek bij Arnhem. Tussen Epe en Vaassen ligt een kilometers lange rij grafheuvels achter elkaar, precies op één lijn. Bij Ede is een prehistorische boerderij nagebouwd en zijn de originele akkertjes – Celtic Fields – weer zichtbaar gemaakt.

Introductie

Legenda