Uddelermeer

Het Uddelermeer is geen gewoon meer maar een geologisch overblijfsel uit de laatste ijstijd. Het is een zogeheten pingoruïne, een ingestorte ijsheuvel. Naast het meer ligt de Huneschans, een middeleeuwse ringwalburg. Het meer en de burcht vormen samen al eeuwenlang een spannende combinatie.

Pingo
De oorsprong van het Uddelermeer ligt in de laatste ijstijd, zo’n 15.000-20.000 jaar geleden. In de grond ontstond een enorme ijsbult die alsmaar groter werd. Als een puist drukte het ijs de grond omhoog. ‘Pingo’ is een woord uit de taal van de Eskimo’s en betekent ‘heuveltje’. Toen het ijs smolt, zakte de heuvel in en bleef er een ringvormige krater over, een pingoruïne. De holte in de bodem vulde zich daarna langzaam met afzettingen. Voor geologen en archeologen laat zo’n bodem zich lezen als een spannend boek, want het bevat informatie over duizenden jaren klimaat, vegetatie en bewoning.

Huneschans
Het Uddelermeer bleek voor de prehistorische mens een aantrekkelijke woonomgeving, want rond het meer zijn veel sporen gevonden uit de Trechterbekercultuur. De boeren verbouwden er op kleine akkers rondom hun huizen een van de vroegst gecultiveerde tarwesoorten genaamd eenkoorn en emmertarwe. Pal naast het meer is nog steeds een immense aarden versterking (ringwalburg) uit de Middeleeuwen te zien. Deze Huneschans lag strategisch op een kruispunt van routes. De grachten werden gevoed door het water uit het Uddelermeer.

Donar
Een Gelderse sage over het ontstaan van de Huneschans verhaalt van de tijd dat er nog reuzen op de Veluwe woonden. De reus van Uddel schrok op een nacht wakker van een hevige donderslag, gevolgd door een ontzettend gekraak. Donar, de dondergod en ergste vijand van het reuzengeslacht, kwam met oorverdovend lawaai voorbij gereden en verbrijzelde met één mokerslag de broodoven van de reus. Wat overbleef was de rand van de oven, die we vandaag nog terug kunnen zien als de Huneschans.

Legenda